Alleen met volledige gelijkheid kunnen we empathie hebben voor een ander

Om echt empathisch te zijn, moeten we arme mensen zien als mensen die precies zo zijn als jij, door het ongeluk getroffen, getekend en geketend op een manier die jou ook had kunnen overkomen.

Empathie bestaat niet, schreef Arnon Grunberg in ‘de Asielzoeker’. De hoofdpersoon vond het belachelijk dat zijn vrouw hun overtollige kleding wilde weggeven. Mensen voelen met arme mensen mee, vond hij, maar gaan daarna opgelucht verder met hun leven, blij dat het ongeluk niet hen getroffen heeft, maar een ander. Ik vraag me af hoe het komt dat mensen zo slecht meevoelen met de armen.

Vroeger dacht ik dat de manier waarop we met arme mensen omgingen in onze huidige maatschappij een symptoom was van ons gebrekkige medeleven. Nu weet ik dat het juist andersom werkt: ons gebrekkige medeleven is een symptoom van onze huidige maatschappij.

Empathie bestaat uit aandacht, beschreef Simone Weil in haar boek ‘Wachten op God’. Om echt met iemand mee te voelen, vond ze, moet je volledig in de ander opgaan. De ‘ander’ als een gelijke zien aan jezelf. Je moet luisteren en aanvaarden dat een ongelukkig iemand bestaat.

Om echt empathisch te zijn, moeten we arme mensen niet zien als iemand die behoort tot een sociale categorie van ‘de armen’, maar als iemand die precies zo is als jij, iemand die door het ongeluk getroffen, getekend en geketend is. Dit alles op een manier waarop het ook jou had kunnen overkomen. Dat laatste is precies wat er mist in onze huidige maatschappij.

Veel mensen hebben het idee dat we in een rechtvaardige maatschappij leven, waarin iedereen krijgt wat hij verdient. Zowel de meest linkse als de meest rechtse partijen in dit parlement geloven (on)bewust dat rijkdom een logisch gevolg is van hard werken en armoede een logisch gevolg van luiheid. Het is dit denkbeeld dat maakt dat mensen geloven dat armoede iemands eigen schuld is. We generaliseren succes: als iemand op financieel niveau succesvol is, moet hij ook succesvol zijn op andere niveaus: motivatie, discipline en intelligentie, bijvoorbeeld. Als iemand arm is, moet dat het directe gevolg zijn van een gebrek aan deze eigenschappen.

Dat is niet waar. Of het nu gaat over het feit dat de maatschappij gedragen wordt door onderbetaalde zorgverleners en bouwvakkers en niet door overbetaalde managers, over hoe mensen in de horeca harder werken dan huisbazen en toch minder verdienen of over hoe niemand écht gelijke kansen krijgt, is er maar een conclusie die je kan trekken: dat is dat armoede niet de schuld is van de armen. Zoals Franciscus van Assisi zei: ‘armoede is alleen een schande voor degene die het veroorzaakt.’ Dat zijn niet de armen.

De enige manier om empathie te hebben voor een ander is, zoals Simone Weil zei, door die ander te zien als een gelijke aan jezelf. Dat doen mensen niet zolang het geloof in deze maatschappij bestaat, zolang we haar ‘rechtvaardig’ noemen. Op het moment dat iemands (vaak geërfde) armoede geweten wordt aan hun persoonlijke eigenschappen, zien we iemand als gebrekkig, als een begrensde, beperkte versie van onszelf. Dan zie je het niet meer als iets dat haast toevallig is, als iets dat jou ook had kunnen overkomen. Als empathie niet gebaseerd is op gelijkheid, is het geen empathie.